Burn-out begeleiding

Het individuele burn out herstelprogramma bestaat uit drie stappen:

  • Inzicht verwerven
    • Psychoëducatie burnout
    • Diagnostiek en oriëntatie: er wordt nagegaan of de persoon burnout is en welke typische burnout verschijnselen aanwezig zijn.
    • Inventariseren van energiegevers en energievreters: er wordt diepgaand nagegaan welke factoren energie vergen en welke factoren vroeger energie gaven. De probleemgebieden (energielekken) worden op een rij gezet.
    • Zelfvertrouwen nagaan en kernkwadanten identificeren.
  • Burn out actieplan opstellen
    • Aanleren van relaxatie-oefeningen
    • Activeren van de vroegere energiegevers
    • Opmaken van activiteiten/werkplanning afgestemd op het huidige energiepeil.
    • Copingstijl of 'manier van omgaan met' optimaliseren in verschillende situaties
  • Stabiliseren van het energie-evenwicht
    • Jobmatch: burnout kan voortkomen uit een slechte match tussen persoon en werkinhoud of werkomgeving. Er wordt nagegaan om welke mismatch het gaat. Indien het om een jobmismatch gaat, wordt vaak een loopbaanbegeleidingstraject opgestart.
    • Overtuigingen herevalueren via cognitieve gedragstherapie
    • Balans tussen energiegevers en energievreters onder controle houden via de KernTalentenMethode

 

Burn-out onderzoek

  • Doelstelling
    • Het mogelijk therapeutisch effect nagaan van direct current stimulatie (tDCS) op aandachtsstoornissen bij burn-out patiënten zal geëvalueerd worden. Grondige neuropsychologische onderzoeken zullen worden uitgevoerd voor en na de behandeling met tDCS. De copingstijl en de persoonlijkheid van de deelnemers zal onderzocht worden om burnout predictoren na te gaan. Een welzijnsevaluatie maakt ook deel uit van de studie.
  • Methode
    • Testen voor het onderzoek: twintig patiënten tussen 30 en 60 jaar oud, gediagnosticeerd met burn-out zullen deel nemen aan de study met tDCS. Bij de intake zal nagegaan worden of de personen inderdaad burnout verschijnselen vertonen en zal ook een pretherapeutisch profiel opgemaakt worden. De testing voor de start van het onderzoek zal uitgevoerd worden in 3 sessies over een tijdspanne van 2 weken. Een EEG afgenomen worden om epilepsy bij patiënten uit te sluiten.
    • Behandeling: de therapie zelf zal uitgevoerd worden over een periode van 4 opeenvolgende weken. Bovenop de traditionele therapie van wekelijkse sessies (50 minuten), zullen patiënten dagelijks stimulatiesessies met tDCS van 20 minuten krijgen, 5 keer per week (op weekdagen).  
    • Testen na het onderzoek: Na de 4 weken therapie, de effecten van de tDCS en van de traditionele therapie zullen nagegaan worden in een post testing fase en zal vergeleken worden met de testen voor het onderzoek.